Cultuur heeft de plaats van religie ingenomen.

In de naam van cultuur (en groepen, haast, verkleinwoorden en gevoelens)

Volgens welke cultuur werken en leven we eigenlijk? Kan iemand daar nog een duidelijk antwoord op formuleren? En weet jij welke rol die speelt voor jou? Ik wel. Sinds kort. Afgelopen zaterdag maakte Alain de Botton het me duidelijk. Als zoveel andere dingen. Toen hij op initiatief van The School of Life in Antwerpen een lezing gaf in de voormalige Sint -Augustinuskerk in diezelfde stad. En de afwezigen hadden ongelijk.

Cultuur heeft de plaats van religie ingenomen. Voor mij althans. Dat werd me pijnlijk duidelijk toen onlangs de wereld van onder mijn voeten werd getrokken. Het overlijden van Luc De Vos heeft me zo overhoop gegooid. Niet helemaal tot mijn verbazing. Maar met mijn verstand kon ik er toch niet helemaal bij. Wat was (of is) er toch met me aan de hand?

Onderweg naar Antwerpen luisterde ik op Radio één naar het einde van “100 op 1”. Met “Mia” op één brachten ze een kort stukje interview met Voske waarin hij zoveel moois bekende. Dat hij nog zoveel te vertellen had, zoveel liedjes te maken en boeken te schrijven. Dat men hem wel eens versleet voor een onnozele rocker en grappenmaker, maar dat hij eigenlijk veel zinnigs en waardevols te zeggen had. En dat hij nog dubbel zo lang wou leven om dat nog allemaal te doen. Hij had het ook over het “talent om gelukkig te zijn”. Dat weinigen dat hebben. En al zeker geen muzikanten.

En dit kreeg een mooi vervolg in de overtuigende uiteenzetting van Alain de Botton. Want geluk is ook een werkwoord. Het geluk komt je niet in de schoot vallen. Al beweert Voske in “paddenkoppenland” het tegendeel. Het komt niet (meer) vanzelf. We moeten klaar zijn om geluk te hebben.

De rol die cultuur daarin speelt is die van een hulpbron. Cultuur helpt ons goed te leven en te sterven. De liedjes van Gorki maken Voskes grappige beelden en mooie gedachten aantrekkelijk voor veel mensen. Voor heel veel mensen zelfs. Ze schenken zijn ideeën kracht en macht omdat ze inspelen op de zintuiglijke mens. Die de toegang tot zijn hoofd en hart verleent via al zijn zintuigen.

Voske was een verpersoonlijking van mijn geloof. Omdat hij alles was wat ik niet ben. Eigenwijs, robuust, rock & roll, een durver, beetje einzelgänger die zich niks aantrok van wat anderen van hem dachten, een lach en een traan, een vat vol emoties. Opmerkelijk fijngevoelig. En geniaal met woorden, dat ook. En toen ik goed en wel besefte dat ik mijn antiheld niet meer zou tegenkomen op straat, viel mijn geloof voor even plat. Zijn richtinggevende, gekke en vaak troostende teksten zouden vanaf dan afkomstig zijn van een overleden man. Ik leerde uit mijn verdriet dat mijn geloof onder andere bestaat uit de volgende overtuigingen:

  1. Wat je doet met je hart doe je beter. Mijn blogpost “Voske” van vorige week overtrof in elk meetbaar aspect al de andere blogposts samen. Hoe kan jij je gevoelens betrekken in je creatieve praktijk?
  2. Ook mensen die over zichzelf in verkleinwoorden praten, kunnen grootse dingen maken. Voske maakte liedjes, speelde in een groepje en schreef een columpje. Dus je hoeft niet aan grootheidswaanzin te leiden om “een grote meneer” of “une grande dame” te worden. Welke woorden kies jij om je activiteiten te beschrijven?
  3. Het voelt goed tot een groep te behoren. Het deed deugd samen met zovelen afscheid te nemen op onze eigenwijze en eervolle manier. Een teken van collectief schaamteloos verdriet. Ik ben zo fier op mijn stad en mijn medeburgers. Tot welke betekenisvolle groepen behoor jij?
  4. Elk moment dat je gehaast bent, is een verloren moment. Griet op de Beeck omschreef Voske deze week nog als “zo’n man die weigerde haast te hebben”. En ik ben het met haar eens. En zou dat ook willen kunnen. Hoe vaak ben jij gehaast en wat levert jou dat op? Of wat verlies je daardoor?

Welke cultuuruitingen vormen jouw geloof?

KarelDierickx_zee

Toen ik afgelopen zondag salut d’honneur Jan Hoet in Muzee bezocht, bleef ik met onze zevenjarige dochter voor dit mooie schilderij staan. Toen ik haar vertelde dat de schilder (Karel Dierickx) uit Gent is, vroeg ze of hij al dood was. Waarop ik verkeerdelijk ja antwoordde. Om me snel, geholpen door het label, te verbeteren en te benadrukken dat hij nog in leven is. Wat sinds maandag jammer genoeg niet meer klopt.

Karel Dierickx schildert ‘met niets dan tijd’. In zijn penseelvoering tracht hij het vergaan te bestendigen, probeert hij vat te krijgen op de vergankelijkheid, legt hij de sterfelijke schoonheid van het verwelken vast.” (door Roland Jooris)

Maar nu genoeg getreurd. In naam van mijn helden, mijn lezers en mezelf beloof ik vanaf volgende week terug mijn nuchtere zelf te zijn.



No Comments

Post A Comment