Dit is Belgisch. Dit is Stephan Vanfleteren.

Dit is Belgisch. Dit is Stephan Vanfleteren.

StephanVanfleteren_PaulDelvaux

Stephan Vanfleteren (Kortrijk 1969) is fotograaf en een bevoorrechte getuige van dat wat verdwijnt. Hij vindt zijn werk beter dan zichzelf en noemt zichzelf een kruising tussen een jager en een visser. Een voeler, een twijfelaar ook. En geen slaaf van zijn imago. Genoeg voer dus om in te duiken.

Stephan Vanfleteren is de fotograaf van het verleden, nee, van het verdwijnen. Hij toont niet zozeer de geschiedenis, maar het verglijden van de tijd. Hij is de fotograaf van het onherroepelijke. Zijn fotografie is een herroepen. Vergeefs maar troostrijk. Wanhopig, maar warm. (David Van Reybrouck in Belgicum)

Nostalgie is een woord dat telkens opduikt wanneer het over zijn werk gaat. Voor de fotograaf zelf is het het verlangen naar herinneringen die men nooit heeft gehad. Een tragisch, want onmogelijk verlangen? Maar hij ziet daar meteen ook het positieve van in, want hij concludeert dat er voor een nostalgicus als hem altijd toekomst is. Aan onderwerpen geen gebrek dus.

Al is zijn werk vooral opgebouwd rond portretten. Portretten zijn momenten van intimiteit. Met een persoon, een voorwerp, een landschap, een gebouw. Hierin laat hij zich altijd leiden door emotie. Hij gelooft niet in het vervriezen van de eigen emotie. Wel in het inlevingsvermogen, en dat merk je meteen aan zijn beelden.

Hij noemt zichzelf een kruising tussen een jager en een visser. “Ik voel altijd de spanning die iemand heeft voor hij gaat vuren, maar ik heb vooral het geduld van een visser aan de rand van de vaart. Ik bouw altijd heel rustig op. Maar als de dobber plots wiebelt, schiet mijn hartslag omhoog. Techniek is bij mij een automatisme geworden, daar denk ik niet meer over na. Maar op zulke momenten ben ik enorm geconcentreerd. Mijn wereld is nog slechts dat zoekertje. Ik krijg het dan warm. Beef soms zelfs. Als ik een film moet wisselen en het gaat niet goed, dan weet ik: nu is het aan het gebeuren.”

De afgelopen 10 jaar maakte hij in stilte ook kleurenfoto’s die nu het boek “Façades & Vitrines” vormen. Al die tijd had hij in zijn auto een camera met een kleurenfilmpje liggen. Maar dat vertelde hij niet. Hij fotografeerde gevels en uitstalramen van winkels, café’s, restaurants. Vaak gesloten. En het mooie wat de tijd ermee doet. Het is een melancholisch portret van verdwijnende kleine winkels, gesloten dorpscafés, verlaten bordelen en dichtgetimmerde gevels.  Het is een fotografisch document over het onherroepelijke verlies van de kleine middenstand in een steeds sneller draaiende wereld.

Ook dit boek is tweetalig, in beeld en tekst. Het toont locaties in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Dit is Belgisch. Dit is Stephan Vanfleteren. Zoon van de middenstand. In kleur en op zijn best.

Hij heeft heel lang bewust voor zwart-wit gekozen. Dit bracht hem een onmiskenbare, eigen en herkenbare stijl, maar evengoed een beperking in opdrachten. “Facades & Vitrines” is het resultaat van een stukje verborgen leven als fotograaf. En dat is goed zo, maar hij zal nooit een kleurenfotograaf worden beweert hij. Eens een serie maken in kleur werkte blijkbaar bevrijdend. Als je slaaf bent van je imago, dan ben je verloren als fotograaf, als kunstenaar of als mens laat hij opschrijven.

Niemand twijfelt aan zijn talent, zijn goed oog, feilloze beheersing van de techniek, zijn beslissingskracht en werklust. Maar zijn belemmeringen hebben ook hun deel in zijn succes.

Naar eigen zeggen speelt zijn slecht geheugen hem soms parten. Als hij iets laat liggen, is hij daar zeer onrustig over. Daarom gaat hij vaak terug naar plaatsen die bij wou fotograferen maar niet kon bij gebrek aan materiaal. Uiteindelijk komen die toch in zijn oeuvre terecht omdat hij het adres telkens noteerde en kon teruggaan.

Zijn dyslexie heeft hem er altijd toe verplicht beter te kijken. Fotografie is bewaren. En dat doet hij door te voelen, uitzonderlijk goed te kijken en dat voelen om te zetten in een beeld. En kijk hieronder hoe mooi hij Paul Delvaux bij zijn zieke vrouw kon voelen.

Naar eigen zeggen heeft hij altijd moeite gehad met succes. Hij is er zelfs bang voor. Er is de trots, maar ook de gène tegenover collega’s en zijn onderwerpen. Hij stelt zich de vraag “verdien ik dit wel?”. Hij beweert dat zijn werk sterker, dieper en belangrijker lijkt dan zichzelf. Maar eerlijk gezegd, zou ik daar niet om verveeld zitten. Want zijn werk is ijzersterk. De focus op zijn werk heeft hem niet misleid.

Twijfel is een andere drijfkracht. Belgicum wordt nu als een succes beschouwd maar toen hij het een maand voor de opening aan de directeur van het fotomuseum voorstelde, zei hij: “Zo triestig allemaal. En hoeveel gaat dat boek kosten? 45€? Ben je gek? Een boek van meer dan 40€ koopt niemand.” En ben ik blij dat ik er vandaag, overvallen door de griep, in kan lezen en kijken naar wat de tijd met ons land doet.

Bronnen:

– “Stephan Vanfleteren, de kleuren van een wereld die verdwijnt”, Rik Van Puymbroeck, De Morgen, zaterdag 2 maart 2013

– Belgicum, essay door David Van Reybrouck, Lannoo, Tielt, 2007



1Comment
  • De kern | Ziezo
    Posted at 11:39h, 13 november Beantwoorden

    […] In zijn gepassioneerde zoektocht naar het antwoord reisde hij de wereld rond en sprak met vele kunstenaars. Zijn grote liefde was de kunst, maar ook de kunstenaar. De dialoog leek me zijn favoriete methodiek te zijn. Het was een plezier hem aan het woord te horen in interviews. En het is zalig het portret te lezen geschreven door kunstcriticus Hans den Hartog Jager (Hannibal, 2013). Een pareltje is het. Met röntgenfoto’s van Jan Hoet en zwart-witfoto’s van Stephan Vanfleteren. […]

Post A Comment